top of page
  • Sabbatvierende ZDA gemeente

Merkteken van het beest

In de wereld van bijbelse profetieën en eschatologie, is er wellicht geen onderwerp dat zo tot de verbeelding spreekt als het "merkteken van het beest" Het is een onderwerp dat velen nieuwsgierig maakt en tegelijkertijd vragen oproept. Wat is dit mysterieuze merkteken? Wat zijn de implicaties ervan voor gelovigen? En belangrijker nog, hoe kunnen we weten wat het merkteken van het beest werkelijk betekent?


Om deze vragen te beantwoorden, duiken we dieper in de geschiedenis en de bijbelse profetieën over dit fascinerende onderwerp. We zullen ontdekken hoe dit merkteken verband houdt met historische gebeurtenissen, geloofsovertuigingen en de eeuwige strijd tussen goed en kwaad.


Gevolgen van het merkteken van het beest

Bijbels principe van profetische tijd

Om de profetie goed te interpreteren is het van belang de profetische tijden te begrijpen. Volgens bijbelse principes, zoals te vinden in Numeri 14:34 en Ezechiël 4:6, wordt een profetische dag gelijkgesteld aan een letterlijk jaar (dag-jaar principe). Oude kalenders, zoals de Babylonische kalender, hadden regelmatig 360 dagen per jaar, met 30 dagen in een maand.


Dit principe is van onschatbare waarde bij het interpreteren van bijbelse tijdsprofetieën. Dit Bijbelse principe heeft zich herhaaldelijk bewezen nauwkeurig te zijn bij het interpreteren van bijbelse tijdsprofetieën.


In wat we wellicht kunnen beschouwen als de oudste "tijd" profetie in de Schrift, lezen we: "Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn" Genesis 6:3. Vanaf dat moment zou de zondvloed na 120 jaar de aarde als een oordeel treffen. Zo vinden we in Genesis 6 een profetie die dagen en jaren rechtstreeks met elkaar verbindt.


De opkomst van de pauselijke macht

De opkomst van de pauselijke macht begon in de vierde eeuw en is van historisch belang, omdat het de basis legde voor de periode van 1260 jaar, die wordt genoemd in Openbaring 13:5, en op basis van de dag-jaar principe. Deze tijdsperiode is cruciaal omdat ze het begin markeert van de groeiende invloed van de paus als een sterke religieuze en politieke autoriteit. Deze gebeurtenissen vormen de basis voor de gebeurtenissen die volgen en leid tot wat de Bijbel het merkteken van het beest noemt.


In de vierde eeuw legaliseerde de Romeinse keizer Constantijn het christendom in het hele rijk. Na zijn verhuizing naar Byzantium in 330 n.Chr. ontstond er een leiderschapsvacuüm in Rome. De paus vulde dit vacuüm en groeide uit tot een sterke religieuze en politieke macht in Europa. In 538 n.Chr. gaf keizer Justinianus de bisschop van Rome officieel de rol van verdediger van het geloof met de Justiniaanse Code. Dit markeerde het begin van een periode waarin de middeleeuwse kerk grote invloed uitoefende, inclusief de vreselijke vervolging die volgens de profetieën zouden plaatsvinden.


De Justiniaanse Code, die in 534 werd voltooid, "voerde het orthodoxe christendom in als wet" en plaatste daarmee de paus als de formele leider van het christendom, "beval alle christelijke groepen om zich aan zijn autoriteit te onderwerpen" en gaf hem burgerlijke macht over leven en dood van ketters (i).


Kort na 536 n.Chr. belegerden de Ostrogoten Rome. Na ongeveer een jaar werd de belegering doorbroken door generaal Flavius Belisarius en kreeg keizer Justinius de controle over Rome en de omliggende gebieden. Het was op dat moment dat de bepalingen van de code die het pausdom verhieven, daadwerkelijk konden worden uitgevoerd in en buiten de grenzen van Rome. De Justiniaanse Code werd echter pas juridisch van kracht op het moment dat de belegering van Rome in 538 n.Chr. werd opgeheven.


De periode van 1260 jaar vangt daarmee aan in het jaar 538 n.Chr. waarop een lange tijd van vervolging plaatsvindt van diegene die zich niet onderwerpen aan de autoriteit van het beest.


Tijd van vervolging

De Inquisitie ontwikkelde zich gedurende vele eeuwen. De Inquisitie was een kerkelijke rechtbank die was opgericht om ketterij te bestrijden en ketters te vervolgen. Mensen die bewust en opzettelijk afwijken van de fundamentele leerstellingen en tradities van de katholieke kerk moesten uit de weg geruimd worden. Tijdens deze periode werden verschillende groepen en individuen beschuldigd van ketterij en onderworpen aan strenge straffen, waaronder marteling en de doodstraf.


In de vijftiende eeuw, hoog in de Alpen van Noord-Italië, waren de Piedmont valleien de thuisbasis van de Waldenzen, een vastberaden volk dat vasthield aan hun begrip van de Bijbel. Hun onwrikbare trouw aan Christus en de Bijbel leidde tot hevige vervolging. In 1488 werden de Waldenzen in de Vallei van Loyse op brute wijze vermoord door de Rooms-katholieke kerk vanwege hun geloof. Desondanks waren de Waldenzen getrouwe bewaarders van Gods Woord in tijden van vervolging (ii). Ze hielden vast aan de waarheden die ze waren toevertrouwd uit de Bijbel en ze lieten zich ondanks alles de tradities van de katholieke kerk niet opdringen.


De neergang van de pauselijke macht

Toen Paus Pius VI in 1797 ernstig ziek werd, gaf Napoleon bevel dat bij zijn dood geen opvolger mocht worden gekozen en dat het pausdom moest worden opgeheven. "Maar de paus herstelde. De vrede werd spoedig verbroken; Berthier kwam Rome binnen op 10 februari 1798 en riep een republiek uit. De oude paus weigerde zijn eed te schenden door die te erkennen, en werd in Frankrijk van gevangenis naar gevangenis gesleept [...] Geen wonder dat half Europa dacht dat Napoleons veto zou worden gehoorzaamd, en dat met de paus het pausdom dood was"(iii).


De wond geneest

Berthier en zijn leger namen paus Pius VI gevangen en verwijderden hem zonder ceremonie van de pauselijke troon. Dit was een ernstige klap voor het pausdom, maar volgens Openbaring 13:12 zou de dodelijke wond genezen worden. Dat is precies wat er gebeurde. De pauselijke macht herstelde zich en zou opnieuw een prominente rol spelen in de wereldgeschiedenis.


Strijd om Gods Geboden

In de Bijbel worden de gevolgen van de verkondiging van de derde-engel-boodschap duidelijk beschreven: "En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben" Openbaring 12:17. Een weigering om Gods geboden te gehoorzamen en een neiging om hen die deze geboden verkondigen te haten, leidt tot een verbeten strijd van de draak tegen het volk dat Gods geboden naleeft.


Historisch gezien is de poging om de dag van aanbidding te veranderen verricht door het pausdom van Rome, dat zondag als de rustdag vereert in plaats van de zaterdag, de bijbelse sabbat. Het tweede beest in Openbaring 13, dat de Verenigde Staten van Amerika vertegenwoordigt, oefent dezelfde autoriteit uit als het eerste beest volgens Openbaring 13:12. Het feit dat dit tweede beest samenwerkt met het eerste beest om valse aanbidding af te dwingen, toont aan dat zondag een belangrijk onderscheidend kenmerk zal zijn van degenen die het beest en zijn beeld aanbidden. Dit in tegenstelling tot het overblijfsel van Gods volk dat "de geboden van God en het geloof van Jezus" onderhoudt volgens Openbaring 14:12.


De gehoorzaamheid van het overblijfsel omvat het heiligen van de zevende dag, omdat ze gehoor geven aan de oproep om "Hem te aanbidden die de hemel en de aarde, de zee en de waterbronnen heeft gemaakt" volgens Openbaring 14:7 en Exodus 20:11. Zij zullen het zegel van God ontvangen volgens Openbaring 7:4 en 14:1, terwijl degenen die deze oproep verwerpen en zondag vereren, het merkteken van de autoriteit van het beest ontvangen en deel uitmaken van Babylon volgens Openbaring 14:8-11. De uiteindelijke test gaat dan over ware of valse aanbidding, gebaseerd op gehoorzaamheid aan Gods wet, inclusief de sabbat, of een door mensen gemaakte aanbiddingsdag: de zondag.


"Doen wij dan door het geloof de wet teniet? Volstrekt niet, maar wij bevestigen de wet" Romeinen 3:31.

Het in acht nemen van de geboden van God en het hebben van de getuigenis van Jezus, zorgt ervoor dat men onder de beschermende controle van God staat en Zijn karakter heeft. Daartegenover staat het merkteken van het beest en de naam van het beest. Dat betekent dat men zich buiten de bescherming van Gods verbond plaatst en in zijn leven de schadelijke gevolgen van eigendom door het beest ontvangt.


Het zegel van God of het merkteken van het beest

Het vierde gebod roept op om het teken of zegel van het verbond te gedenken of te herinneren, namelijk de heiliging van de sabbat op de zevende dag. De volmaaktheid van de verbondsrelatie is niet geworteld in onze werken, maar rust in Gods roeping. Het binnentreden in de sabbatsrust betekent dat we apart zijn gezet voor God alleen. Het is een teken van onze heiliging volgens Ezechiël 20:12, 20 en voldoen aan de bepalingen van het verbond volgens Jesaja 56:5,6.


Dit betekent dat we moeten stoppen met proberen onszelf te redden of te genezen op onze eigen manier. We stellen ons volledig afhankelijk van Christus. Dit betekent dat het afwijzen van dit idee ervoor zorgt dat we niet geloven in redding, die we zelf kunnen bewerkstellen of in redding door sterfelijke mensen, zoals bijvoorbeeld een pastoor of dominee.


Het stellen van vertrouwen in het beest scheidt ons van een verbondsrelatie met God en maakt ons tot kandidaten om het merkteken van het beest en het getal van zijn naam te ontvangen. Zelfs wanneer het vertrouwen gericht is op de sabbatdag (die zelf geschapen is) in plaats van op de Schepper en Heer van de sabbat, wordt het onderhouden van de sabbat een afgod. De aanbidding van God als Schepper beschermt ons in de verbondsrelatie door ons te herinneren aan de verhouding tussen schepsel en Schepper volgens Jesaja 42:5,8.


Beproeving in de laatste dagen

Laat ons bidden om steun en kracht in de beproeving van Christus, zodat we niet terugdeinzen voor beproevingen, maar ze geduldig en met vreugde dragen. Als we ons beseffen wat Jezus heeft geleden en gedaan voor ons, zodat wij door Zijn armoede en lijden rijk zouden worden. De tijd is bijna voorbij, en wat wij jaren hebben geleerd, zullen anderen in enkele maanden moeten leren. Ze zullen ook veel vleselijke gewoonten moeten afleren en geestelijke ervaringen opdoen. Degenen die het merkteken van het beest en zijn beeld niet willen ontvangen wanneer het decreet wordt uitgevaardigd, moeten nu al een beslissing nemen en zeggen: Nee, we zullen ons niet onderwerpen aan de instelling van het beest (iv).


Referenties

(i) Will Durant, The Age of Faith (New York: Simon and Schuster, 1950), pp. 112.
(ii) The Waldenses: Sketches of the Evangelical Christians of the Valleys of Piedmont, Philadelphia, 1853, Presbyterian Board of Publication, p. 29.
(iii) Rev. Joseph Rickaby, Engelse Jezuïet, "The Modern Papacy" p. 1, Londen: Catholic Truth Society.
(iv) Ellen White, Eerste geschriften, hoofdstuk 15.

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page